-Even wat verwarring wegnemen  -


Maandag 2-6-2008   - INNOVATIE -
Facebook Twitter LinkedIn Translate Favorites More Services

Ik heb 'n paar maanden geleden een artikel geschreven voor het tijdschrijft High Tech Analysis van AME Research over de vinding van ene Jan Sloot, een uitvinder uit Nieuwegein die in 1999 plotseling overleed. Sloot zou een zeer ongewone vinding hebben gehad die ervoor zou zorgen dat hele sectoren, zoals de ICT en de media, op hun kop gezet zouden worden. In 2004 verscheen het boek "De Broncode" van journalist Eric Smit over dit verhaal en rond dezelfde tijd werd er in het actualiteitenprogramma Netwerk aandacht aan besteed.

U hebt inmiddels enkele interessante reacties naar mij opgestuurd over dit verhaal en ik wil u vragen daar vooral mee door te gaan. Wel heb ik gemerkt dat over de vinding van Sloot veel onduidelijkheid bestaat en daarom zal ik nog eens proberen uit te leggen hoe de vork volgens mij in de steel zit.

Uit mijn vorige artikel meenden sommigen af te leiden dat ik het idee onderschrijf dat Sloot een soort buitenaardse of homeopathische verkleiningsfactor had bereikt bij het verkleinen van videobestanden. Dat Jan Sloot dus een verkleiningsfactor van 2 miljoen had. Waarom dit van belang is? Zou dit zo zijn geweest, dan zou het bedrijf FifthForce, dat destijds door Roel Pieper werd opgericht om de vinding te exploiteren, onherroepelijk de hele ICT-wereld overhoop hebben gegooid als Sloot niet voortijdig was gestorven. Ik denk dat het nog verder gaat. Een verkleiningsfactor van 2 miljoen zou de hele wereldeconomie op zijn kop hebben gezet en misschien wel tegelijkertijd een groot deel van de natuurwetenschappen.

Maar dat was niet de strekking van dat artikel. Dat artikel ging niet over de geloofwaardigheid van deze verkleiningsfactor. Dat sommigen dat er in gelezen hebben, kan ik alleen maar verklaren uit de verwarring die over de vinding van Sloot is ontstaan, een verwarring die zich al enkele jaren geleden al meteen openbaarde na 't verschijnen van het boek en de uitzendingen van Netwerk. De strekking van mijn artikel was tweeledig.

Ten eerste bestond er niet zoiets als "het kastje van Jan Sloot". Er waren twee verschillende kastjes, namelijk een coderingsapparaat en een decoderingsapparaat annex afspeler. Dat betekent dat de focus op het "kastje van Sloot", zoals beschreven in De Broncode en in de uitzendingen van Netwerk, en op alle resulterende discussies in de media en op internet, misplaatst was. Er waren twee verschillende kastjes met elk een eigen functie.

Het tweede punt, dat ik veel belangrijker vind, is dat de zoektocht naar de broncode en de vaststelling dat de broncode weg was, net zo misplaatst was. Sterker nog, dit aspect van het verhaal is totaal verbijsterend voor iedereen die iets weet van reverse engineering van computerprogramma's of van de manier waarop deze programma's tot stand komen. Broncode is immers uit machinecode af te leiden. De originele broncode, dus de handgeschreven code die door Jan Sloot geschreven was, is daarvoor niet nodig.

Heel kort door de bocht en puur technisch gesproken onzinnig: de broncode zat gewoon in het kastje. Beter nog, in beide kastjes. Het enige wat moest gebeuren is de kastjes openmaken, de machinecode uitlezen en deze terugleiden naar broncode. Er bestaan zelfs gereedschappen om dit geautomatiseerd te doen. Waarom dit niet gebeurd is bij een vinding die destijds werd gewaardeerd op ongeveer 100 miljard euro, dat is wat mij betreft het echte raadsel van de vinding van Jan Sloot.

Dan die verkleiningsfactor van 2 miljoen. Is die reeel? Nee, natuurlijk niet. Een compressietechnologie als MPEG komt bijvoorbeeld niet verder dan een factor 25. Maar als u dat weet, begrijpt u ook dat een verkleiningsfactor van pakweg 150 al voldoende is om een significante impact te hebben op alle  ICT-processen die zich met video en audio bezig houden. Daarmee kan de ICT- en mediawereld al genoeg overhoop worden gegooid en daar vallen zeer aantrekkelijke zakelijke modellen van te bouwen. Ik ben er inmiddels achter dat het getal van 2 miljoen dan ook niet afkomstig was van Jan Sloot. Sloot was een technicus die van de realiteit moest uitgaan. Ook iemand die parano´de was en tegelijkertijd vreselijk onduidelijk communiceerde. Daarmee heeft hij bij zijn investeerders en bij andere geinteresseerden veel verwarring gewekt. Maar een bedrieger of fantast? Geen bewijs.

Binnenkort hoop ik weer over dit intrigerende verhaal te publiceren.


Henny van der Pluijm